Wat maakt een leraar tot expert-leraar?

Voor elke onderwijsprofessional die effectief onderwijs een warm hart toedraagt

In een eerste uit een reeks van vijf lezingen over effectief onderwijs gaat Tim Surma dieper in op wat een leraar effectief maakt. Talloze studies gingen in het verleden al op zoek naar de kenmerken van de beste en de meest effectieve leraren. Het blijkt niet vanzelfsprekend om het geheel van de effectieve leraar in aparte onderdelen te knippen. Toch bestaan er een aantal kenmerken waaraan de leraren – die hun leerlingen steevast veel kunnen bijleren – blijken te voldoen. Al in de eerste grootscheepse lerareneffectiviteitsonderzoeken uit de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw kwamen onderzoekers tot eensluidende conclusies: de meest effectieve leraren onderscheidden zich door bijvoorbeeld (Rosenshine, 1986) …

  • doelgericht en gestructureerd les te geven aan de volledige klasgroep;
  • onderwijstijd te maximaliseren door effectief klasmanagement toe te passen;
  • een sturende rol op te nemen in het leerproces van de leerlingen;
  • een actieve, gevarieerde stijl van lesgeven te hanteren;
  • oefenkansen te bieden met voldoende ondersteuning.

Onderzoek groef de daaropvolgende jaren steeds dieper, waarbij er zich steeds meer kenmerken in de lijstjes van effectieve leraren nestelden. Na verloop van tijd leverden ook andere onderzoeksvelden een bijdrage aan de kennisontwikkeling over instructie. Onderzoek naar verwachtingen van leraren (bijv. ‘hoe gedraagt de leraar zich wanneer die hoge verwachtingen heeft van de klas?’), cognitief psychologisch onderzoek (bijv. ‘hoe kan de werking van ons geheugen de instructie beïnvloeden’?), onderzoek rond metacognitie en zelfregulering (bijv. ‘hoe denkt een leerling optimaal te kunnen leren?’) en onderzoek naar interventies naar leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften (bijv. ‘hoe kan een leerling met autisme optimaal onderwijs genieten?’) zijn hier voorbeelden van.

Tim gaat in deze sessie dieper in op de speurtocht naar die kenmerken over de jaren heen. Je stapt buiten met een handig overzicht waaraan zowel de individuele leraar als de school zich kan aftoetsen op vlak van effectiviteit. Die set aan handelingen vormt als het ware de fundamentele voorkennis die een leraar nodig heeft om zich te bewegen van noviet richting expert leraar met een ruim didactisch repertoire.

Schrijf je hier in voor de lezing ‘Wat maakt een leraar tot expert-leraar?’.

Rosenshine, B., & Stevens, R. (1986). Teaching functions. In M. C. Wittrock (Ed.), Handbook of research on teaching (3rd ed., pp. 376 – 391). New York, NY: Macmillan.