Wat we uit onderzoek al over zomerscholen weten… en wat niet

Zomerscholen hebben internationaal al een lange geschiedenis. Ook in Vlaanderen bestaan er succesvolle zomerscholen, al bleef hun aantal tot vorig jaar relatief beperkt. Daar kwam in 2020 verandering in, toen de Vlaamse Regering een oproep lanceerde tot de organisatie van zomerscholen om potentiële negatieve gevolgen van de COVID-19-crisis en de (deeltijdse) schoolsluiting op te vangen. De zomerscholen die in de zomervakantie van 2020 werden georganiseerd, bereikten samen meer dan 7500 leerlingen. ExCEL evalueerde deze eerste grootschalige organisatie van Vlaamse zomerscholen en bundelde de, overwegend positieve, resultaten in dit onderzoekrapport.

Op 25 maart 2021 lanceert ExCEL bovendien een inspiratiegids voor organisatoren van effectieve zomerscholen en dat tijdens de gratis online miniconferentie “Zomerscholen: van idee tot realistatie”. Inschrijven kan hier.

Zomerscholen lijken dus een blijver in het Vlaamse onderwijslandschap te worden. Reden te meer om de aandacht te vestigen op wat we op basis van internationaal wetenschappelijk onderzoek al over zomerscholen weten en dus ook op wat we (nog) niet weten. De Education Endowment Foundation (EEF) nam een review van onderzoek naar zomerprogramma’s op in hun Teaching and Learning Toolkit en concludeerde onder meer dat zomerscholen enkel tot leerwinst leiden wanneer ze een duidelijke focus op schools leren hebben. Jonathan Kay, waarnemend Head of Policy van EEF en één van de sprekers op de miniconferentie, schreef deze Engelstalige blog, die we hieronder vertalen en aanvullen vanuit de Vlaamse context.

 

Twee maanden leerwinst*

Leerlingen die deelnemen aan een zomerschool kunnen tot twee maanden extra leerwinst boeken in vergelijking met leerlingen die dat niet doen, volgens de Toolkit van EEF. Zomerscholen bieden leerlingen meer onderwijstijd en dus meer leerkansen, en dat maakt het concept zo aantrekkelijk.

Twee maanden leerwinst klinkt best goed, maar toch zijn er andere aanpakken die het beter doen, denk aan bijles geven aan kleine groepen (4 maanden leerwinst) of effectieve feedback geven (8 maanden leerwinst). Bovendien is de organisatie van kwaliteitsvolle zomerscholen behoorlijk duur. In normale tijden zou deze interventie dus misschien niet worden aanbevolen, al kunnen zomerscholen de leeruitkomsten van leerlingen dus wel degelijk positief beïnvloeden.

Net omdat de leerwinst eerder beperkt is en de ingreep vrij duur blijkt, is het belangrijk dat we kijken naar wat onderzoek ons vertelt over effectieve zomerscholen die zowel het leren als het welbevinden van leerlingen verbeteren. Daarvoor werpen we een blik op het onderzoek waarop de Toolkit zich baseerde. Welke inzichten over de kansen en uitdagingen voor zomerscholen levert dat op?

 

Leerwinst of iets anders?

Een belangrijk punt om bij stil te staan, is het doel van de zomerschool. De EEF Toolkit geeft het aantal maanden leerwinst weer, maar zomerscholen geven leerlingen ook de kans om aan sportactiviteiten, kook-, dans- en dramaworkshops, projecten over tuinieren en educatieve uitstappen deel te nemen.

Als het doel van de zomerschool echter is om leerlingen te ondersteunen die het afgelopen jaar een leerachterstand hebben opgebouwd, dan is het belangrijk dat er een duidelijk academische component is. De hoogste leerwinst (4 maanden) werd geboekt door zomerscholen waarbij een ervaren leraar bijles gaf aan kleine groepen leerlingen. Meer vrijblijvende academische interventies, zoals het aanbieden van zomerboekenlijsten, hebben minder impact op de leeruitkomsten. Organisatoren van zomerscholen moeten dus goed stilstaan bij waar de leerling nood aan heeft en hun ondersteuning daarop afstemmen.

Uit het onderzoek naar de Vlaamse zomerscholen bleek dat veel zomerscholen anno 2020 het moeilijk hadden om gericht te kiezen voor een beperkt aantal concrete doelstellingen. Gemiddeld rapporteerden de zomerscholen in Vlaanderen aan bijna 5 doelstellingen tegelijk te werken. Dit werpt de vraag op of zomerscholen wel voldoende doelgericht te werk gaan om ook werkelijk effectief te zijn in het behalen van deze doelstellingen.

 

Betrokkenheid van leerlingen

Uit onderzoek blijkt dat de grootste uitdaging van zomerscholen ligt in het werven van de doelgroep en ervoor zorgen dat ze zich gedurende de hele zomerschool engageren. Vooral leerlingen uit kansarme gezinnen kunnen moeilijk te bereiken zijn, zoals bleek uit twee pilootzomerscholen die EEF ondersteunde. Ondanks grote inspanningen van de organisatoren schreef slechts de helft van de beoogde doelgroep zich in.

Het onderzoekrapport van ExCEL schetst een ander beeld over de Vlaamse zomerscholen. Zij slaagden er wel in om vooral kansarme en anderstalige leerlingen te bereiken, onder meer omdat veel zomerscholen naar aanleiding van de COVID-19-crisis uitgebreide inspanningen hebben gedaan om de meest kwetsbare leerlingen aan te spreken.

Zomerscholen denken dus best goed na over hoe ze de leerlingen die de ondersteuning het meeste nodig hebben, kunnen bereiken. Wat is er nodig om ervoor te zorgen dat leerlingen bij wie de nood aan remediëring het hoogst is zich inschrijven voor de zomerschool?

 

Wat zegt de wetenschap ons niet?

Een belangrijke vraag op dit moment is in welke mate het beschikbare wetenschappelijke bewijs te vertalen valt naar de huidige context. Conclusies over vorige zomerprogramma’s zullen niet zomaar te vertalen zijn naar de situatie waarin we ons vandaag bevinden.

Leerlingen zullen misschien meer gemotiveerd zijn om deel te nemen aan zomerscholen nu de opgebouwde leervertraging steeds duidelijker wordt. Tenslotte leken veel leerlingen blij te zijn om weer naar school te kunnen gaan. Het kan daarentegen ook de andere kant uitgaan, waarbij kinderen en hun families na zo’n woelig schooljaar de zomer willen doorbrengen met familie en vrienden. Onderzoek benadrukt dan wel het risico op een laag engagement, het kan beide kanten op gaan.

Het onderzoek waarmee ExCEL de Vlaamse zomerscholen in beeld bracht, omvatte geen meting van de effectiviteit van het Vlaamse zomerscholenaanbod. Het is dus vandaag niet mogelijk om op basis van onderzoek in te schatten in hoeverre de inspanningen van de vele zomerschoolmedewerkers ook effectief hebben geleid tot leervorderingen bij de deelnemende leerlingen.

 

De leraar doet ertoe

Geen van de onderzoeken in de Toolkit heeft de impact van een zomerschool op bijvoorbeeld het aantal burn-outs bij leraren in kaart gebracht – en zelfs als dat wel het geval was geweest, dan nog zouden die cijfers in de huidige context niet noodzakelijk hetzelfde beeld schetsen.

Leraren hebben zichzelf het hele schooljaar in bochten gewrongen om kwaliteitsvolle lessen te blijven organiseren, zowel in contactonderwijs als in afstandsonderwijs. De zomervakantie biedt leraren niet alleen welverdiende rust, maar ook de tijd om het volgende schooljaar voor te bereiden.

Leraren hebben de grootste impact op de leeruitkomsten van leerlingen en ook volgend schooljaar zal hun keuze voor de meest effectieve didactische aanpakken de leeruitkomsten van leerlingen het meest beïnvloeden. Er is geen kant-en-klare oplossing om de leerachterstand veroorzaakt door COVID-19 weg te werken en één zomervakantie zal daar sowieso niet voldoende voor zijn. Het zijn de scholen zelf die het best geplaatst zijn om de bepalen wat hun leerlingen én hun leraren nodig hebben.

 

* Voor meer details rond de omzetting van effectgroottes naar maanden leerwinst verwijzen we graag naar de documentatie op de website van de EEF.

(Foto door Zen Chung via Pexels)

Pieter Verachtert

pieter.verachtert@thomasmore.be