Waarom op school kinderen meer gelijk zijn dan tijdens de zomervakantie

Al een hele tijd geleden schreef ik een artikel rond het effect van de zomervakantie op het leren van jonge kinderen. Er bleek onder meer uit dat 6-jarigen tijdens de zomervakantie tussen de derde kleuterklas en het eerste leerjaar aan een trager tempo leren dan tijdens het voorafgaande en het volgende schooljaar. Normaal gezien komt dit artikel bovendrijven in de aanloop naar een nieuw schooljaar. Omdat voor heel wat leerlingen vandaag een nieuw schooljaar leek te beginnen en voor anderen het nog meer dan een zomervakantie zal duren vooraleer zij opnieuw de schoolbanken zullen zien, contacteerde De Standaard mij gisteren met een vraag over ‘summer learning loss’.

Onderzoekers die het leren tijdens de zomervakantie onder de loep nemen, doen dat vanuit verschillende mogelijke invalshoeken. Ten eerste stelt elke leraar zich op 1 september de vraag wat leerlingen zich nog herinneren van de leerstof die ze het schooljaar ervoor hebben gezien. Het antwoord op deze vraag vormt immers een belangrijk beginpunt voor de startende lessen. Ten tweede is een vergelijking maken tussen leerwinst tijdens het schooljaar en leerwinst tijdens de zomervakantie een goede manier om zicht te krijgen op het absolute effect van naar school gaan. Tijdens het schooljaar vullen formele en informele vormen van leren elkaar aan, terwijl in de zomer voor de meeste kinderen alleen informele vormen van leren in het spel zijn. De focus op de zomervakantie wordt, ten slotte, ook gelegd door onderzoekers die iets willen te weten komen over het effect van zomerscholen op het leren van leerlingen. Zomerscholen die, intussen ook bij ons, ingericht worden om kennishiaten te remediëren en/of verschillen in leerwinst die tijdens het schooljaar zijn ontstaan, opnieuw weg te werken (Cooper et al., 2000).

Bijzonder veel onderzoek over het effect van de zomervakantie op de kennisopbouw van leerlingen is er niet beschikbaar. Voorlopig moeten we het doen met een Amerikaanse overzichtsstudie die intussen bijna een kwarteeuw oud is (Cooper et al., 1996). Verder zijn er exemplarische studies beschikbaar in onder meer Zweden (Lindahl, 2001), UK (Shinwell & Defeyter, 2017), Nederland (Luyten, Schildkamp & Verachtert, 2009) en Vlaanderen (Verachtert, Van Damme, Onghena & Ghesquière, 2009). Het is niet zo eenvoudig om op basis van deze studies sterke conclusies te trekken over de omvang van de summer learning loss. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat de zomervakantie niet overal even lang duurt (zie figuur).

Wel lijken heel wat studies evidentie te bevatten voor de stelling dat het zomervakantie-effect vooral kansarme leerlingen treft.  Terwijl kinderen uit kansrijke gezinnen hun kennis en vaardigheden op peil houden door tal van stimulerende vakantie-activiteiten, is dat gemiddeld genomen (!) voor kinderen uit kansarme gezinnen veel minder het geval. Niet elk kind heeft immers de kans om de Franse taal te oefenen op vakantie in het zuiden, op bezoek te gaan in het wetenschapsmuseum of boeken te verslinden in een zomerse tuinstoel. Vanuit dit oogpunt moet scholing trouwens gezien worden als een egaliserende factor die kansenverschillen tussen kinderen wegwerkt. Elk kind, ongeacht zijn of haar kansen op informeel leren thuis, zit in principe een gelijk aantal uren op de schoolbanken en wordt blootgesteld aan een gelijkaardige hoeveelheid onderwijs. Ik geef toe, een nogal mechanische blik op wat leraren en leerlingen op school doen. En, neen, onderwijs is vandaag niet de alles gelijk makende factor die sommigen er graag van maken. Maar dat de kloof tussen wie alle kansen krijgt en wie er minder krijgt aanzienlijk veel groter zou zijn zonder onze scholen en leraren, dat wordt in deze coronatijd meer dan ooit duidelijk.

 

Referenties

Cooper, H., Charlton, K., Valentine, J., Muhlenbruck, L., & Borman, G. (2000). Making the Most of Summer School: A Meta-Analytic and Narrative Review. Monographs of the Society for Research in Child Development, 65(1), I-127.

Cooper, H., Nye, B., Charlton, K., Lindsay, J., & Greathouse, S. (1996). The Effects of Summer Vacation on Achievement Test Scores: A Narrative and Meta-Analytic Review. Review of Educational Research, 66(3), 227–268. https://doi.org/10.3102/00346543066003227

Lindahl, M. (2001). Summer learning and the effect of schooling: Evidence from Sweden (IZA Discussion Paper No. 262). Bonn, Germany: Institute for the Study of Labor.

Luyten, J. W., Schildkamp, K., & Verachtert, P. (2009). Vooruitgang in technisch lezen gedurende het schooljaar en de zomervakantie. Pedagogische Studiën, 86(3), 196-213.

Shinwell, J. & Defeyter, M.A. (2017), Investigation of Summer Learning Loss in the UK—Implications for Holiday Club Provision, Front. Public Health 5:270. https://doi.org/10.3389/fpubh.2017.00270

Verachtert, P., Van Damme, J., Onghena, P. & Ghesquière, P. (2009). A seasonal perspective on school effectiveness: Evidence from a Flemish longitudinal study in kindergarten and first grade. School Effectiveness and School Improvement, 20(2), 215-233.

 

Bijkomende interessante weblectuur

https://www.nemokennislink.nl/publicaties/hoe-schadelijk-is-de-lange-schoolvakantie/

https://my.chartered.college/wp-content/uploads/2020/05/CCTReport070520_FINAL.pdf

https://www.nwea.org/blog/2018/summer-learning-loss-what-we-know-what-were-learning/