Preteaching: didactische handvatten en een uitgewerkt voorbeeld.

Na de paasvakantie gaan onze scholen nog niet open en starten leraren een nieuwe onderwijsfase in het Corona-tijdperk. Via het departement onderwijs werd de richtlijn gegeven nieuwe leerstof aan te bieden via pre-teaching. In dit artikel bekijken we eerst de theoretische grondslag van het concept pre-teaching om nadien een poging te doen het realistisch te vertalen naar de klaspraktijk.

Wat is dat dan, pre-teaching?

Pre-teaching is een instructiestrategie waarbij leerlingen worden voorbereid op nieuwe leerstof door hen voorafgaand aan de werkelijke les (die in contactonderwijs gegeven zal worden) al een stuk instructie aan te bieden. Daardoor wordt de essentiële voorkennis geactiveerd, en is er al vooraf structuur gebracht in de hoofden van de leerlingen. Pre-teaching wordt het vaakst gebruikt bij specifieke doelgroepen in het remediërend onderwijs waar leerlingen bijvoorbeeld voor een les een bepaalde tekst al eens moeten doorlezen, al vragen vooraf krijgen, vooraf woordenschat aangeleerd krijgen. Alles klaarzetten voor het echte werk, zeg maar. De situatie is in dezen natuurlijk zo verschillend dat er geen sprake meer is van een specifieke doelgroep maar wel van volledige klasgroepen. In realiteit zal het afstandsleren via pre-teaching nauwer aansluiten bij meer gekende concepten als ‘flipping the classroom’. Het belangrijkste ons insziens om uit het theoretische concept mee te nemen is dat leerstof dus minstens tweemaal aan bod moet komen. Eénmaal in afstandsonderwijs, en nadien een herneming in één of andere vorm in contactonderwijs. Een les geven in preteaching ontslaat ons dus niet van de (morele) verplichting om op de leerstof in de klas terug te komen.

Leerstof is key

Welke inhouden zijn nog essentieel om dit schooljaar te behandelen? Het spreekt voor zich dat we in de richting van een stripped down-leerplan gaan, waarbij de focus ligt op de inhouden die bouwstenen zijn voor een volgend schooljaar. In sommige graadleerplannen kan subtiel geschoven worden, maar toch willen we benadrukken dat we onze collega van het volgend schooljaar ook niet willen opzadelen met alles wat we nu niet meer rond krijgen. Met een rode balpen en het gezonde verstand door onze doelen dus. De pedagogische begeleidingsdiensten van de onderwijskoepels zijn hard in de weer om scholen in dit denkproces te ondersteunen. Besef ook dit: de richtlijn van de overheid is een totale taakbelasting van 4 uur per dag per leerling. Die vier uur hoeven geen rechtstreekse contactmomenten te zijn, of live lessen. Asynchroon werken biedt het grote voordeel dat leerling, leraar en ouder zich kunnen organiseren in deze woelige periode. Af en toe live gaan kan handig zijn om vragen te beantwoorden, contact te houden enz.

Wat doen we via pre-teaching, en hoe kom ik er op terug in de klas?

Eens we weten welke inhouden nog behandeld moeten worden, moeten we een simpele afweging maken. Hoe kan ik mijn lesonderwerp al aanbrengen in pre-teaching? En hoe kom ik er nadien op terug in de klas? Hieronder een schema dat een mogelijke gang van zaken verduidelijkt.

Het blauwe onderwerp is duidelijk een onderwerp dat gemakkelijk op afstand kan gegeven worden, hier moet de leraar maar bondig naar terugkeren in contactonderwijs. Bij het groene onderwerp daarentegen beseft de leraar dat het leeuwendeel van het werk in de klas moet gebeuren. Daarom kiest hij voor een korte inleiding in pre-teaching, waar hij de belangrijkste kernideeën schetst. Het gele lesonderwerp acht de leraar onmogelijk in afstandsonderwijs, en spaart hij daarom op tot wanneer de leerlingen fysiek in de klas zitten. Een interessante oefening om voor jezelf of in vakgroep te maken!

Klinkt nog vrij abstract, niet? Hieronder bekijken we hoe je het beste uit deze nieuwe vorm van afstandslessen haalt. Op basis van ons boek ‘Wijze Lessen: twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek’, willen we leraren ondersteunen in hun didactische keuzes tijdens het ontwerpen van pre-teaching.

1. Kader de leerstof die je wil laten verwerken in het groter geheel.

Geef duidelijk weer welke leerstof moet verwerkt worden en situeer deze leerstof in het groter plaatje. Uit Wijze Lessen halen we deze omschrijving van advance organizers.

Een advance organizer reikt de structuur van concepten aan waarin de leerling geleidelijk verschillende details kan integreren. Ausubel sprak van een organizer als die meer algemeen, meer omvattend en meer abstract is dan wat er geleerd moet worden. Verschillende recente studies bevestigden ondertussen dat wanneer leerlingen een kennisstructuur wordt aangeboden waarin ze de nieuwe informatie kunnen verankeren, ze meer effectief en efficiënt leren dan wanneer ze die onderlinge samenhang zelf moeten ontdekken.

Wijze Lessen (2019)

Zo’n ‘advance organizer’ kan bijvoorbeeld bestaan uit een schema of korte samenvatting met de belangrijkste begrippen die aan bod zullen komen, enkele richtinggevende vragen bij de nieuwe leerstof of de vertaling van enkele moeilijke woorden die aan bod zullen komen in een tekst. Vermeld dus niet enkel ‘Thema 6 les 4: p.12-15’, bespreek dus ook de titel van de les, het hoofdstuk waarin de les zich bevindt, en kort waar de leerstof over gaat.

Een voorbeeld van een advance organizer uit Britse geschiedenislessen. De leraar bespreekt in de afstandles de context en kernconcepten, en verduidelijkt tussendoor vakwoordenschat.

Bron: https://twitter.com/VHPS_AsstHead/status/1248956019977400325?s=20

2. Test (kort) de relevante voorkennis die leerlingen reeds bezitten.

Bezitten je leerlingen misschien al voorkennis die relevant is voor de komende lessen en die opgefrist kan worden? Hoe meer geactiveerde vakgebonden voorkennis leerlingen hebben, hoe beter en sneller ze nieuwe leerstof begrijpen, hoe langer en beter ze die ook zullen onthouden en kunnen toepassen (Kole & Healy, 2007). Je kan de voorkennis van leerlingen testen door vooraf enkele vragen te stellen (en de antwoorden kort daarna te bezorgen en eventueel te bespreken). Deze vragen kun je mee opnemen in een opdrachtfiche (zie voorbeeld verderop), of aanbieden via een online quiz (met bijvoorbeeld Kahoot, Socrative, Google Forms of Boodwidgets).  Het voordeel van een online quiz is de directe geïntegreerde terugkoppeling naar de juiste antwoorden.

Je kan in plaats van een test je leerlingen ook gewoon vooraf vertellen welke voorkennis ze nodig hebben om je les te kunnen volgen en waar ze dit kunnen terugvinden. Dit kan bijvoorbeeld door te verwijzen naar een relevante woordenlijst of samenvatting in het boek, een kader in het vademecum,  een overzicht of stappenplen in het werkboek of filmpje op Youtube of Scoodle.

3. Communiceer concrete leerdoelen en/of succescriteria bij de leerstof.

Voor de leraar zijn de leerdoelen bij iedere opdracht vanzelfsprekend helder. De leraar weet wat hij/zij wil bereiken in de les.  Ook voor leerlingen is het belangrijk om duidelijk te weten wat precies van hen verwacht wordt en tot op welk niveau ze de leerstof moeten beheersen. Vertel hen dus wat de doelen van de afstandsles zijn en maak je verwachtingen zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld, in deze afstandsles zal je  ….

  • het verschil in bouw tussen exocriene en endocriene klieren beschrijven en verwoorden hoe je beide kliersoorten aangepast zijn aan hun functie.
  • de woorden uit de woordenlijst p. 5 vertalen én gebruiken in een zin.

Disclaimer: overdrijf hier natuurlijk niet mee. Doelen meedelen aan leerlingen is geen administratief werk.

4. Laat leerlingen een uitgewerkt voorbeeld bestuderen alvorens ze starten met oefenen.

De meeste handboeken hebben een of meerdere uitgewerkte voorbeelden bij het aanbrengen van nieuwe leerstof.  Sommige leerlingen vinden die voorbeelden echter vaak overbodig, slaan ze over en starten meteen met oefenen. Veelvuldig onderzoek heeft nochtans het positieve effect en efficiëntie aangetoond van het bestuderen van uitgewerkte voorbeelden ten opzichte van het direct oplossen van oefeningen, zeker als de leerstof nog onvoldoende beheerst of gekend is (McLaren, van Gog, Ganoe Karabinos & Yaron, 2016).

Bevat je leermateriaal geen uitgewerkte voorbeelden, dan kan een oefening die klassikaal werd gemaakt, een uitgewerkte oefening uit de correctiebundel of een online instructiefilmpjes waarin een oefening wordt uitgelegd een waardig alternatief bieden. Weet dan online honderden bruikbare bronnen te vinden zijn, waardoor je het water geen tweede keer hoeft uit te vinden.

5. Bied ondersteuning aan tijdens het oefenen.

Voorzie een (beperkt) aantal oefeningen bij de leerstof in het werkboek, de bundel, het online leerplatform, Scoodle, … Kies hierbij haalbare oefeningen voor de hele groep, zodat elke leerling succeservaringen heeft. Idealiter voorzie je als leraar tijdens het oefenen ondersteuning die aansluit bij de expertise van de leerlingen op dat moment, en wordt die ondersteuning afgebouwd naarmate de leerlingen beter begrip krijgen, het zogenaamde scaffolding (Van de Pol, Volman, Oort & Beishuizen, 2015). Dit kan lastig zijn gezien de huidige omstandigheden. Toch kun je je leerlingen een dienst bewijzen door:

  • een stappenplan, overzicht of uitgewerkt voorbeeld aan te bieden waarop ze zich kunnen baseren bij problemen.
  • de correctiebundel met hen te delen, zodat ze zichzelf kunnen controleren of even kunnen gaan spieken hoe de volgende stap moet. Maak je niet te veel zorgen over leerlingen die eerder gemakzuchtig zijn en meteen naar de oplossingen gaan kijken. Ook zij boeken op een bepaalde manier leerwinst. Zij bestuderen op dat moment extra uitgewerkte voorbeelden, wat op zich ook het leren bevordert. Je kan natuurlijk ook de verbetersleutel uitgesteld beschikbaar te stellen of in eerste instantie enkel hints en tips delen met je leerlingen.
  • ruimte en tijd te geven voor vragen. Dit kan door bijvoorbeeld een vragenuurtje te organiseren kort na de opdracht. Geef hierbij terugkoppeling over wat goed of fout is en wat het juiste antwoord had moeten zijn, maar ook bijvoorbeeld over wat ze volgende keer anders moeten doen om tot het juiste antwoord te komen. Tot slot kun je met vragen als ‘hoe zou je volgende keer te werk gaan om efficiënter aan de oplossing te komen’ leerlingen extra aan het denken zetten.
  • indien mogelijk individuele afspraken te voorzien voor kwetsbare en/of zwakkere leerlingen.

6. Achterhaal of de leerlingen de leerstof begrepen hebben.

Tracht na je afstandsles te achterhalen of je leerlingen kunnen wat ze moeten kunnen of wat jij wil dat ze kunnen (Wiliam & Thompson, 2007). Vraag al je leerlingen bijvoorbeeld om je na de les te laten weten wat ze goed begrijpen en waar ze nog meer uitleg bij nodig hebben, als een soort exit ticket. Je kan ook zelf enkele diagnostische vragen formuleren. Dit zijn multiple choice-vragen waarbij ieder fout antwoord jou vertelt welke denkfout de leerling maakt (nog een voorbeeld en uitleg vind je in deze blog). Je kan ze eventueel aanbieden in een online quiz met Kahoot, Socrative, Google Forms of Boodwidgets.

Vervolgens kun je enkel de leerlingen die nog moeite hebben met de leerstof specifiek ondersteunen door hen bijvoorbeeld individuele feedback te geven (schriftelijk of mondeling), nog een extra uitgewerkt voorbeeld te bespreken in een een livechat of videochat,  …

7. Laat de leerstof actief verwerken.

Geef je de leerlingen een activerende opdracht voor een optimale verwerking van de leerstof (Fiorella &Mayer, 2016). Kies een verwerkingsvorm die de leerlingen verplicht om de leerstof actief te kneden, waarbij ze zelf een nieuw ‘bijproduct’ creëren, zoals een samenvatting, schema, mindmap, … Leerlingen zullen de leerstof op die manier dieper verwerken en beter onthouden dan de leerstof op een passieve manier te ‘consumeren’. Je kan leerlingen ook  laten zelfverklaren of zelf lesgeven: laat ze bijvoorbeeld nauwkeurig en luidop een fenomeen verklaren, (delen van) de leerstof in eigen woorden opschrijven of uitleggen hoe een bepaalde oefening wordt opgelost. Het kan in deze huiselijke tijden misschien zelfs leuk zijn om de leerstof in eigen woorden eens via hangout aan een klasgenoot uit te leggen.  Je kunt leerlingen ook een samenvatting laten maken in een filmpje, met een mindmap, infografiek of met de zogenaamde  Cornell-methode. Wijs je leerlingen erop dat het een extra voordeel biedt als je de samenvatting niet alleen kan gebruiken om de stof te structureren, maar ook opnieuw zijn voordeel kan bewijzen om jezelf te toetsen op een later moment. Zo kun je bij de Cornell-methode de rechterkant afdekken en op basis van de begrippen in de linker kolom de leerstof ophalen (zie ook bij tip 8). Je zou leerlingen de kans kunnen geven om zelf kiezen welke actieve verwerking ze willen toepassen en of ze dit offline of online willen doen.

8. Laat leerlingen zichzelf testen. 

Het maken van een oefentoets leidt zowel tot beter leren, als tot beter inzicht in hoe goed ze de leerstof begrepen hebben (Roediger & Butler, 2011). De gevolgen van dit testing effect behoren tot de best gedocumenteerde uit de cognitieve psychologie. Stimuleer je leerlingen daarom om zichzelf te testen door bijvoorbeeld:

  • flashcards te laten maken bij de leerstof. Dit zijn kaartjes met op de ene kant de vraag en op de achterkant het antwoord. Dit kan op papier, of online met apps zoals Quizlet of WRTS.
  • de rechterkant van hun Cornell-samenvatting laten afdekken en met behulp van de linkerkolom de leerstof te laten ophalen.
  • eigen toetsvragen laten bedenken bij de leerstof.

9. Spreid je leerstof in de tijd.

Geef korte lessen, alles komt immers toch nog een keer terug. Door bepaalde leerstof op twee verschillende momenten te behandelen trigger je automatisch een ander oeroud mechanisme in ons menselijk brein, namelijk het spacing effect. Onderzoek toont immers dat herhaling zorgt dat je minder leerstof vergeet én ze minder snel vergeet (o.a., Kang, 2016). Vertel je leerlingen hoe je op een later moment zult terugkomen op de leerstof.

Hieronder vind je een uitgewerkt voorbeeld van een mogelijke preteachingsopdracht voor het vak Economie (3de jaar sec. onderwijs).

Tot slot

Dit lijstje aan tips is vanzelfsprekend niet volledig, maar waarschijnlijk doen ze je inzien dat les geven van op afstand ook gewoon beroep doet op het gezond verstand van de leraar. Een goede les doet beroep op een aantal principes die werken, online of offline. Keep it simple!

Wil je lezen over hoe leertechnologie bovenstaande tips kan ondersteunen, dan verwijzen we graag naar de blogs die van Wilfred Rubens bij elke bouwsteen van het boek Wijze Lessen schreef.

Referenties

Fiorella, L., Mayer, R.E. (2016). Eight Ways to Promote Generative LearningEduc Psychol Rev 28, 717–741

Kang, S. H. (2016). Spaced repetition promotes efficient and effective learning policy implications for instruction. Policy Insights from the Behavioral and Brain Sciences, 3, 12–19.

Marzano, R. J. (2010). Designing & teaching learning goals & objectives. Bloomington, IN: Marzano Research Laboratory.

McLaren, B. M., van Gog, T., Ganoe, C., Karabinos, M., & Yaron, D. (2016). The efficiency of worked examples compared to erroneous examples, tutored problem solving, and problem solving in computer-based learning environmentsComputers in Human Behavior, 55, 87–99.

Mesmer-Magnus, J., & Viswesvaran, C. (2010). The role of pre-training interventions in learning: a meta-analysis and integrative review. Human Resource Management Review, 20, 261-282.

Roediger HL, Butler AC. 2011. The critical role of retrieval practice in long-term retention. Trends Cognitive Science. 15:20–27

Van de Pol, J., Volman, M., Oort, F., & Beishuizen, J. (2015). The effects of scaffolding in the classroom: Support contingency and student independent working time in relation to student achievement, task effort and appreciation of support. Instructional Science, 44 (5) (2015), pp. 615-641

Wiliam, D., & Thompson, M. (2007). Integrating assessment with instruction: What will it take to make it work? In C. A. Dwyer (Ed.), The future of assessment: Shaping teaching and learning (pp. 53–82). Mahwah, NJ: Erlbaum.

 

Kristel Vanhoyweghen

kristel.vanhoyweghen@thomasmore.be